x
Weidekerechtigkeit

 

WEIDGERECHTIGKEIT

Weidmannsheil is voor jagers een betekenisvolle groet maar waar komt het vandaan en wat betekend het? Weidmannsheil is een afgeleide van het Duitse ‘Weidgerechtigkeit’ en heeft een lange geschiedenis en diepe betekenis. Het zal u dan ook niet verbazen dat onze jachtcultuur historisch gezien voornamelijk onder Duitse invloed heeft gestaan.

Weidgerechtigkeit oftewel ‘Weidelijkheid’

We gaan terug naar de late middeleeuwen toen een jager ‘Weidmann’ werd genoemd. Deze Weidmannen waren doorgaans gewone boeren en buitenlui. In de loop van de tijd wisselden de jachtprivileges nogal eens, daar ga ik nu maar even niet op in maar het heeft wel invloed gehad op de status en kijk op Weidmannen. In de late middeleeuwen duidde de term Weidmann zowel een beroeps als sociale categorie aan die d.m.v. jacht in zijn levensonderhoud voorzag.

‘Hij die specifieke kennis van een bepaald jachtterrein heeft’

Weidelijkheid, in het Duits Weidgerechtigkeit, is afgeleid van het Duitse woord ‘Weide’, dat is de plaats waar wild haar voedsel zoekt. Vanuit de middeleeuwen is er een nauwe associatie tussen de weidgronden en jachtterreinen.
De term Weidmann betekende oorspronkelijk ‘Hij die specifieke kennis van een bepaald jachtterrein heeft’ .

Voor de jacht is kennis van de prooi onontbeerlijk; welke soort, waar en wanneerfb-jacht-4
is deze te vangen, en op welke manier, zijn essentiële begrippen voor een jager.
Sommige soorten, zoals migrerende dieren zijn slechts een beperkte periode beschikbaar. Daarnaast zijn verschillende perioden in het jaar gunstiger voor jacht dan anderen, vanwege verminderde oplettendheid of juist verbeterde zichtbaarheid van het dier. Ten slotte is de reden voor de jacht een sturende factor voor seizoensgebondenheid. Het is van belang te realiseren dat jagen dus niet zomaar een activiteit is, maar één waarbij zeer veel verschillende soorten kennis en vaardigheid vereist zijn, zeker wanneer de jager een breed scala aan wilde diersoorten bejaagt.

De Duitse beroepsjagers vatten hun taak dan ook niet op als spel of tijdverdrijf maar als ‘weidwerk’, ze jaagden niet maar ‘weidwerkten’. Het korps beroepsjagers legde de nadruk op de innerlijke waarden als zelfbeheersing en het intomen van jachtpassie. Hierbij stonden niet de sociale omgangsvormen ten aanzien van medejagers centraal maar ‘rücksichtsvoll’ gedrag ten aanzien van het wild dat voor eigen geweten te verantwoorden was.

In de 19e eeuw werden termen als jäger en Förster synoniem eend-stilleven-leoen met het verband tussen wildbeheer en weidelijk jagen de benaming ‘Weidman’ bleef niet meer voorbehouden aan het gilde en de beroepscategorie.

Het was prins Hendrik die het weidelijkheidsideaal introduceerde in Nederland, dat paste in die tijd in de maatschappelijke context. Ook al was Weidelijkheid van oorsprong een gilde-ethos toch duurde het nog decennia voordat Weidelijk jagen een gewoonte werd onder de hele jagers elite. Nadat prins Hendrik zijn ideeën in praktijk had gebracht werden de principes van het weidelijk jagen o.a. in de Nederlandse Jager uitvoering bediscussieerd. Onze huidige weidelijkheidsregels zijn daaruit voortgekomen en kregen pas in 1976 een officieel karakter.

Wat ik zo ongelofelijk gaaf vindt is toch die inhoudsvolle betekenis van de term Weidmann: ‘Hij die specifieke kennis van een bepaald jachtterrein heeft’. Dat maakt van u als jager een uniek persoon waar je trots op mag zijn.

Ik zeg Weidmannsheil!

(DNJ 1933: 385, Dalby 1965, Y. van Amerongen Leiden, 2014, DBNL)

Leave a reply